U heeft javascript uitgeschakeld. Hierdoor staat de index niet links maar onderaan.

HoofdIndexUitleg

Versie 17-4-2017

Genealogie Schuiringe (2)

Generatie I

Ia  Barelt Schuiringe, overleden 1635 in Peize? (tussen 1630 en 1642).
In deze Schuiringe genealogie zijn een aantal Schuiringes uit Peize opgenomen, die mogelijk verwant zijn, hoewel er nog verschillende vraagtekens overblijven. Een deel van de hier weergegeven familieverbanden is dan ook speculatief.
De naam Schuiringe komt in vroeger tijden veelvuldig voor in Peize. De naam zal soms ook via de vrouwelijke lijn zijn verkregen. Zij zijn vaak verwikkeld in rechtszaken, meestal in verband met erfenissen. Het is nog niet gelukt alle Schuiringes die rond 1650-1700 voorkomen eenduidig te plaatsen. In 1750 zijn er in de meeste families geen mannelijke nakomelingen meer of zijn deze uit het zicht verdwenen. Een duidelijke uitzondering vormt de schoenmakersfamilie Schuiringe, die na 1812 de naam Schuring gebruikt, zie bij Schuring.

Hindrik en Barelt Schuiringe worden ieder vermeld in het register bezaaide landen Peize 1612 en bij de grondschatting/impost op het gemaal Peize 1630, respectievelijk met een volle plaats, 10 inwonende personen en een vol erf, 8 inwonende personen. De plaatsen in de registers liggen dicht bij elkaar en komen ongeveer overeen met de plaatsen waar in de periode 1642-1654 Roelof Schuiringe en broeder olde Jan Schuiringe wonen en Barteld Schuiringe en broeder jonge Jan Schuiringe (aan de Hoofdstraat).

Daarnaast is er nog een naastliggend huis, dat in 1630 wordt bewoond door jonge Wolter Dries met als eigenaar Barelt Schuiringe, in 1646 wordt olde Wolter Dries genoemd als bewoner van een huis van Roelof Schuiringe (en consorten?), terwijl van hetzelfde huis in 1654 wordt vermeld dat i.p.v. olde Wolter Dries nu Jacob Lunsche en Jan Jansen de bewoners zijn, terwijl Bartelt Schuiringe en broeder (jonge) Jan Schuiringe de eigenaren zijn. We nemen daarom aan dat Barelt Schuiringe de gemeenschappelijke vader is van Roelof, olde Jan, Bartelt en jonge Jan Schuiringe, die mogelijk verschillende moeders hebben. Dit blijft echter speculatief. Nog een aanwijzing is dat in 1646 Roelof Schuiringe wordt genoemd als eigenaar van 5/4 waardeel, terwijl in 1654 zijn zoon Jan Schuiringe Haange 5/16 waardeel bezit, evenals de tweede echtgenoot van Cornelisje Luitjens, weduwe van (olde) Jan Schuiringe, terwijl Barteld en (jonge) Jan Schuiringe dan gezamenlijk 5/8 waardeel bezitten, terwijl daarvoor geen waardeel werd vermeld. Zij zouden ook neven kunnen zijn.
Kinderen:
1. Roelof Schuiringe (zie IIa), overleden 1652 in Peize? (tussen 1651 en 1654).
2. Jan Schuiringe (zie IIb), overleden 1647 in Peize (tussen 1646 en 1648).
3. Barteld Schuiringe (zie IIc).
4. Jan Schuiringe (zie IId).
 

Generatie II

IIa  Roelof Schuiringe, overleden 1652 in Peize? (tussen 1651 en 1654), zoon van Barelt Schuiringe (zie Ia).
Gehuwd met NN.
In de Grondschatting Peize 1646 worden Roelof Schuiringe en broeder olde Jan Schuiringe vermeld. In de Grondschatting Peize 1654 wordt Jan Haijnge vermeld als opvolger van zijn vader Roelof Schuiringe.
In Westervelde, een drentse buurschap van A. Blaauw worden Jan Schuiringe Haange en Bareld Schuiringe Neijbour genoemd als opvolgers van Roelof Schuiringe en consorten als eigenaren van het erf K14 te Westervelde met verwijzing naar de nrs 160 en 283 uit het archief van het Huis Westervelde. Later is Jantien Schuiring mede-eigenares en in 1783 verkopen de Peizer erfgenamen Albert Lunsche, Jan Luinge en Roelof Luinge, allen te Peizerwold het erf (Albert Lunsche is getrouwd met Johanna Bolhuis, dochter van Ameltien Schuiring, dochter van Roelof Schuiringe en Jantje Schuiring, Jan en Roelof Luinge hebben verbindingen met Ameltien Homan, echtgenote van Jan Schuiringe Haange).

N.B. Eerder is abusievelijk vermeld dat Grietje Lunsche de moeder is van Jan Schuiringe Haange. Zij trouwde echter niet met Roelof Schuiringe te Peize maar sloot omstreeks 1640 een tweede huwelijk met raadsheer Rudolf Schuiringe te Groningen, zie Schuiringe (4).
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Jan Schuiringe Haange (zie IIIa), overleden 1696 in Peize, begraven 12-8-1696.
 
IIb  Jan Schuiringe, overleden 1647 in Peize (tussen 1646 en 1648), zoon van Barelt Schuiringe (zie Ia).
Gehuwd 1635 met Cornelisje Luitjens, geboren in Foxwolde?, dochter van Luitjen Jansen, hertrouwd 1652 met Pauwel Datema, overleden 1675 in Foxwolde, zoon van Jacob Datema.
Olde Jan Schuiringe, in de grondschatting 1646 genoemd als broer van Roelof Schuiringe, in 1651, Register van de hoppelanden Roelof Schuiringe met de weduwe van zalige Jan Schuiringe.
In 1648 vraagt Cornelisje Luitjens, weduwe van Jan Schuiringe aan de Etstoel toestemming om het achtste part van een erf te Balloo, dat toebehoort aan haar kinderen te mogen verkopen. De ooms van de kinderen Roelof en Barelt Schuiringe bezitten de helft. Zijzelf bezit ook een achtste deel. Dit wordt toegestaan.
In 1650 eist Cornelisje Luitjens als wettige momber van haar kinderen Annetjen en Barelt Schuiringe van Roelof en Barelt Schuiringe en consorten annulering van de eerdere scheiding van de goederen van Jantjen Willems en dat haar kinderen daarin voor een dertiende deel mogen delen op grond van het huwelijkscontract van 6-11-1635. Volgens de verweerders zijn zij ieder maar voor een twaalfde deel erfgenaam en moeten alle erfgenamen aangesproken worden. De eis wordt afgewezen.
In 1652 wordt toestemming gevraagd voor het sluiten van een akte van eenkindschap, afgesloten op 6-11-1652 tussen Pauwel Datema en Cornelisje Luitjens, weduwe van Jan Schuirinck ten overstaan van de mombers over haar voorkinderen, Hindrick Stoffers, Willem Eels, Sicke Krumans en Luitjen Jansen.
In 1654 eist Bouwe Luitjens, nagelaten zoon van Luitjen Jansen te Foxwolde van Jan Luitjens en Pauwel Datema zijn aandeel in de erfenis van Luitjen Jansen. In 1655 komt deze zaak nog een keer terug.
In de grondschatting van Peize 1654 wordt Pouwel Datema genoemd als eigenaar van landerijen, afkomstig van Roelof Schuiringe (en broeder) met een gelijk waardeel als Jan Haijnge bezit als opvolger van zijn vader Roelof Schuiringe (5/16 waardeel).
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Annegien Schuiringe, geboren 1640 in Peize.
Gehuwd met Himme Datema.
In 1683 eist Annegien Schuiringe, weduwe Himme Datema dat Trijntien Cornelis haar geld teruggegeeft dat zij ten onrechte had gevraagd toen zij zeer ziek en zwak was.

In een genealogie Datema, thans niet meer online, vermeldt Jan Fonk als oudste generaties:
I. Himme Datema, geb. voor 1630, landbouwer, overl. Sandebuur 1681, tr.(nh) ca. 1650 Annegien Schuiringe ;dochter van Johan Schuiringe en Cornelissien Luitjens., geb. ca. 1630, overl. Sandebuur ca. 1685, begr. Roderwolde.
Uit dit huwelijk:
1. Lammegien, geb. Sandebuur ca. 1650, ged. Roderwolde. Lammegien Datema trouwde v. 1685 met Harmen Lunsingh, zoon van Joachim Lunsingh en Elisabeth Woltheri, uit welk huwelijk 5 kinderen. (R.A.Assen, archief Tonckens.)
2. Jacob, geb. ca. 1650, volgt II.

II. Jacob Datema (zn. van I), geb. ca. 1650, landbouwer,kerkvoogd,volmacht, overl. Sandebuur, tr.(nh) verm. Roderwolde ca. 1675 Aeltien Coops ;dochter van Jan Coops en Wemilia Mezeroij., geb. ca. 1670, overl. Sandebuur, dr. van Jan Coops en Wemelia Mezeroij.
Uit dit huwelijk:
1. Pouwel, geb. Sandebuur ca. 1700, ged.(nh) Roderwolde, volgt III.
2. Annegien, geb. Roderwolde 1705. Annegien Datema trouwde met Albert Westebrink, uit welk huwelijk tenminste drie kinderen te Roden zijn geboren.
3. Wemeltien, geb. Roderwolde 1710, ged. Roderwolde. Wemeltien Datema trouwde met Roelof Willems, uit welk huwelijk 5 kinderen zijn geboren, o.a. Jacob Datema, ged. Roderwolde 17-3-1743,ongehuwd overl.Roderwolde 14-2-1828.

III. Pouwel Datema (zn. van II), geb. Sandebuur ca. 1700, ged.(nh) Roderwolde landbouwer te Sandebuur, overl. Sandebuur ca. 2-10-1741, begr.Roderwolde, tr.(nh)(1) verm. Roderwolde ca. 1720 Jantje Barkman, geb. ca. 1700, landb.sche, overl. Sandebuur voor 31-12-1732, begr. Roderwolde, dr. van Derk Barkman en Wemeltje .
Pouwel Datema ondertekende de kerkerekeningen vanaf 1725 en is kerkvoogd vanaf 1739.
Uit dit huwelijk:
1. Jan, geb. Roderwolde 5-1724, ged.(nh) Roderwolde 11-6-1724, volgt IVa.
2. Derk, geb. Roderwolde 1726, ged.(nh) Roderwolde 17-3-1726, volgt IVb.
3. Aaltje, geb. Roderwolde 3-1728, ged.(nh) Roderwolde 14-3-1728. Aaltje trouwde 1750 met Barteld Aukema.

Pouwel Datema, ondertr.(2) Roderwolde, tr.(nh)(2) Roderwolde 31-12-1732 Annegien Jans, geb. verm. Roden ca. 1690, overl. Roderwolde.
Uit dit huwelijk:
1. Jochemina, geb. Roderwolde 3-1733, ged.(nh) Roderwolde 14-3-1733.
2. Barelt Schuiringe. Barelt Schuiringe wordt in 1650 genoemd als een van de kinderen van (Olde) Jan Schuiringe en Cornelisje Luitiens. Er zijn rond 1670-1690 meerdere personen in Peize met deze naam. Hij kan jong zijn overleden, ongehuwd gebleven of behoren tot een van de Barelt Schuiringes die in de Haardstedenregisters voorkomen, al of niet met nageslacht.
 
IIc  Barteld Schuiringe, zoon van Barelt Schuiringe (zie Ia).
Gehuwd met Cornelisje Lunsche, dochter van Jan Lunsche, zie genealogie Lunsche (1).
Barteld en jonge Jan Schuiringe zijn in 1642-1654 eigenaren van een huis waar zij zelf wonen en van een huis dat eerst wordt bewoond door oude Wolter Dries, later door Jacob Lunsche en Jan Jansen. Bij de grondschatting van 1630 komt jonge Wolter Dries voor, wonend in het huis van Barelt Schuiringe.
In het Haardstedenregister van 1672 wordt Cornelisje, weduwe van Bartelt Schuiringe vermeld met 2 paarden, in 1691-1694 Barelt Schuiringe. Er is ook een naaste buur Barelt Schuiringe Neibuir. De volgorde in de verschillende registers is niet steeds hetzelfde, zodat niet steeds duidelijk is welke huizen en bewoners bij elkaar horen.

Cornelisje is mogelijk een zuster van Reinder en Abel Lunsche.
Bij het tweede huwelijk van dochter Annegjen in 1697 treedt Jan Lunsink op als neef, bij het derde huwelijk van dochter Geugien Schuiringe in 1703 treedt als neef Jan Schuiringhe. Dit zijn mogelijk de zoons van Abel Lunsche, die met zijn broer Reinder Lunsche woont op Peizerhorst.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Bareld Schuiringe Prijs (zie IIIb), overleden 1728 in Peize (tussen 1727 en 1733)..
2. Geugien Schuiringe.
Gehuwd (1) 16-12-1678 in Groningen (afkondiging) met Wessel Egberts.
Huwelijksafkondiging: Wessel Egberts van Zuijdbroeck en Geugien Schuirinks van Peise, pro qua Jan Schuirinck als broeder.
Op 4-11-1679 wordt in Groningen dochter Cornelisjen gedoopt.

Gehuwd (2) 4-2-1685 in Groningen met Luppe Jans.
Huwelijk: Luppe Jans en Geugien Schuirinck, wed. van Wessel Egberts, pro qua Reinder Schuirinck als broeder, beide van Groningen.
Op 22-10-1685 wordt in Groningen gedoopt Bartelt, zoon van Lippe Jans en Gojen Schorrens.
Mogelijk ook een kind is Gepke, gedoopt Groningen 2-5-1690, d.v. Luppe Jans en Geertjen Bartels.

Gehuwd (3) 25-4-1703 in Groningen met Wicher Schuiringe, geboren 1664 in Appingedam, gedoopt 13-7-1664, zoon van Jan Schuiringe en Fennegien NN, zie genealogie Schuiringe (1).
Huwelijk: Wicher Schuirinck van Appingadam en Geuchjen Schuiringhe wed. van Lippe Jans, wed. van Peijse pro qua Jan Schuiringhe als neef, met belastinge tot Holwierda.
Huwelijkscontract Groningen 31-3-1703: Wicher Schuiringh en Geughien Schuiringh, dedigsluiden aan de bruidegoms zijde Cornelis Schuiringh en Peter Schuiringh als broers, aan de bruids zijde Barelt Schuiringh als broeder.

Gehuwd (4) 9-2-1712 in Groningen met Geert Egberts Nielandt.
Huwelijk: Geert Egberts Nielandt van Scheerhoorn in Graefschap Bentheim en Geugien Schuirinck, wed. van Wicher Schurinck van Peijse, pro qua Jan Schuirinck als broer.
3. Jan Schuiringe.
Gehuwd 11-5-1687 in Groningen met Neeltien Clasens.
Huwelijk: Johan Schuiring van Peijse en Nieltjen Claesen van Hoogkerk, p.q. Willem Claessen als broeder.
Op 1-3-1688 wordt in Groningen gedoopt Bartelt, z.v. Jan Louwrents en Neeltjen Claessen, wonend buiten de Kranepoort. Het patroniem van de vader zou een vergissing kunnen zijn.
4. Reinder Schuiringe.
Gehuwd 12-11-1684 in Groningen met Marregien Uitjens.
Huwelijk: Reiner Schuirinck van Peijse en Marregien Utiens van Gron., pro qua Willem Berents als swager.
Op 10-10-1686 wordt in Groningen een zoon Uitjen gedoopt (volgens het doopboek een dochter), adres Sledemennerstraat. Deze Uitien Schuirinck trouwt 8-12-1707 in Groningen met Anna Robers van Bourtange.
5. Annegjen Schuiringe.
Gehuwd (1) 16-11-1687 in Groningen met Pieter Jans.
Huwelijk: Pieter Jans van Stedum en Annighjen Schuiring van Peise, pro qua Reinner Schuirinck als broeder.
Op 12-12-1688 wordt in Groningen dochter Cornelisje gedoopt, op 1-1-1693 zoon Bartelt, op 20-2-1694 nogmaals een zoon Bartelt.

Gehuwd (2) 29-6-1697 in Groningen met Jan Harms.
Huwelijk: Jan Harms, van Ohne uit de Graafschap Benthem en Annechien Schuirinck, wed. van Peter Jans, pro qua Jan Lunsink als neef.
 
IId  Jan Schuiringe, zoon van Barelt Schuiringe (zie Ia).
Gehuwd met Geertruid Harmens.
Bij de dopen van de kinderen in Groningen wonend in de Sledemennerstraat of buiten de A-poort.
Enigszins speculatief is de aanname dat deze Jan Schuiringe identiek is aan Jonge Jan Schuiringe, die met zijn broer Barteld Schuiringe in 1646-1654 twee huizen bezit in Peize.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Barelt Schuiringe (zie IIIc), geboren 1645 in Groningen, gedoopt 19-6-1645, overleden 1704 in Peize.
2. Marrechjen Schuiringe, geboren 1647 in Groningen, gedoopt 18-4-1647.
3. Trijntje Schuiringe, geboren 1650 in Groningen, gedoopt 21-4-1650.
Gehuwd (1) 2-4-1674 in Tolbert met Ludolphus Harinxma.
Huwelijk: Ludolph Haringsma, secretaris en Catharina Schuiring, van Groningen.
Huwelijksafkondiging Groningen 21-3-1674: Ludolphus Harensma, van Tolbert, secret. van de Grietenije van Fredewoldt en Catharina Schuiringh, van Gron. pro qua Barelt Schuiringh als broeder.
Op 10-1-1675 wordt in Tolbert gedoopt Jannes, zoon van secetaris Haringsma.
In 1682 is er een rechtszaak voor de Etstoel tussen advocaat Crijte als volmacht van Catharina Schuiringe, weduwe Harinxma en Baerelt Schuiringe te Peize wegens panding van 103-15-0 wegens rente. Er is sprake van afkooppenningen.
In 1686 procedeert Lucas Hollenborch nom. ux. Trijntien Schuiring tegen Baerelt Schuiringe te Peize wegens panding van 750 gulden, de helft van 1000 daalder wegens afkoop d.d. 3-4-1668. Volgens verweerder was het bedrag voorwaardelijk, afhankelijk of de goederen bij leven van de moeder meer of minder waard zouden worden.
In dezelfde zitting wordt deze zaak ook gevoerd met als gedaagde Baerelt Ebbinge, momber over de kinderen van Baerelt Schuiringe bij Marrechien Ebbinge verwekt.
Op 27-8-1689 wordt in Groningen Bartelt Schuiringh aangesteld als voormond over Locke Harincxma's kind bij Catharina Schuiringh in echte verwekt. Voogd wordt Claes Waterham.

Gehuwd (2) 7-11-1683 in Groningen met Lucas van Hollenborgh.
Huwelijk: Lucas Hollenborgh en Catharina Schuiringa, wed. Harinxma, pro qua Claes Carsten Waterham als gelast zijnde van de bruijdt met belastinge de geboden mede tot Tolbert te laten gaan, ook afkondiging in Tolbert: Lucas Hollenborg van Groningen en Catharina Schuiring, wed. secretaris Haringsma hier uit Olb.
Op 6-8-1684 wordt in Groningen zoon Anthoni gedoopt. Hij trouwt in 1708 met Mecheltijn Rommerinck uit Haren.
4. Martjen Schuiringe, geboren 1660 in Groningen, gedoopt 13-5-1660.
 

Generatie III

IIIa  Jan Schuiringe Haange, overleden 1696 in Peize, begraven 12-8-1696, zoon van Roelof Schuiringe (zie IIa) en NN.
Gehuwd 1659 met Ameltien Homan, geboren 1625 in Yde (ongeveer 1620 a 1630), overleden 1706 in Peize, begraven 14-8-1706, dochter van Johan Homan, eerder getrouwd met Roelof Peling, overleden 1655 in Norg? (1659 of eerder), zoon van Egbert Peling.
Jan Schurink is Ette voor het Noordenveld van 1671 tot 1696. Bij de begrafenis van Jan Schuiringe Hange wordt 14 gld. 2 d. in het bekken gedaan.
In het bekken bij de begrafenis van Ameltien Schuiringe 12 gld. 13 st.
Op 12-12-1706 wordt betaald voor het laken over Ameltien Schuiringe. Waarschijnlijk is hiermee Ameltien Homan bedoeld en niet de dochter van de eerdere schulte Jan Schuiringe, getrouwd met Roelof Luinge. Op 17-5-1707 betaalt Jantien Schuiringe (getrouwd met zoon Roelof Schuiringe) 12 gld. 12 st. zoals haar schoonmoeder Ameltien Peling aan de armen heeft beloofd, Hervormde Gemeente Peize inv. 58.
OSA 1785 (Vrijwillige Verkopen), 13-1-1694: Aangifte van de verkoop van vaste goederen in Peize door Jan Eijsinge en Harmen Homan in Groningen aan Jan Schuiringe Haange, zijn zoon Bartelt Schuiringe en Roelof Pelinge te Peize voor 1800 gld.
Drents Archief, Archief Westervelde:
192 Volmacht van Aemeltien Homan, weduwe van de ette Jan Schuring, te Peize en Egbert Pelinck, zoon uit haar eerste huwelijk, voor hun neef Egbert Pelinck of haar meijer Jan Resinge te Zuidvelde om aan Warmolt Lunsingh een mat hooiland gelegen in de Horrema te Norg over te dragen, z.jr. (c. 1700); met ondergeschreven akte van vervanging van Egbert Pelinck als volmacht door Barelt Schuring, 1702.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Bareld Schuiringe, overleden 1713 in Peize. In 1713 geven Jan Bavinge van Peize nomine uroris en Jan Pouwels (moet ook zijn nomine uxoris) uit het Gorecht de erfenis aan van de overleden broer Barelt Schuiringe te Peize. De weduwe van Barelt Schuiringe behoudt de lijftucht.
Gehuwd in Peize met Jantje Ebbinge, overleden 1765 in Peize, begraven 6-11-1765, dochter van Harmen Ebbinge, zie genealogie Ebbinge, hertrouwd 9-12-1714 in Peize met Barelt Conraads, overleden 1724 in Peize, begraven 9-2-1724, zoon van Conraad Gerrits en Roelofje Schuiringe, zie genealogie Bakker (2).
Op 21-11-1765 worden in Peize de goederen van Bareld Schuiringe door de erfgenamen publiek verkocht, zoals door Jantien Ebbinge, laatst weduwe van Bareld Conraads in lijftucht genoten.
De erfgenamen zijn Albert Cuik van Haren voor hem en zijn zoon, dr. R? Warmolts, Luite Pouwels, Jan Pouwels voor hem en als hoofdmomber over het nagelaten kind van Ameltje Pouwels, F. Hammink, alsmede A. Lunsche, Jan Luinge Azoon, Jan Luinge Rzoon (Albert Schuring Lunsche getrouwd met Johanna Bolhuis, kleindochter van Roelof Schuiringe, Jan Allerts Luinge is getrouwd met Geesien Luinge, met broer Jan Roelofs Luinge kleinkinderen van Roelof Peling, halfbroer van Bareld Schuiringe).
Jonge Bareld Schuiringe wordt in het Haardstedenregister van Peize 1691-1694 vermeld met 4 of 3 paarden, vermoedelijk op dezelfde plaats als waar later Barelt Conraads en Koenraad Barelds wonen (Roderweg noordzijde).
2. Roelof Schuiringe (zie IVa), overleden 1710 in Peize, begraven 18-11-1710.
3. Grietje Schuiringe. Grietje Schuiringe is kan ook een dochter zijn uit een eerder huwelijk van Jan Schuiringe Haange.
Gehuwd 1677 in Peize met Gerrit Roelofs, overleden 1692 in Peize, begraven 3-6-1692, zoon van Roelof NN, zie genealogie ~Gerrit Roelofs, hertrouwd 1680 in Peize met Jeichien Ebbinge, dochter van Frerik Ebbinge en Aaltien Wolters, zie genealogie Ebbinge (2).
Mogelijk een zoon is Roelef Geerres, begraven 15-9-1696, in het bekken 3 gld. 10 st. 5 d.
In 1697 treedt voor de Etstoel op Roelof Luinge, verwalter schulte als hoofdmomber over de nagelaten kinderen van wijlen Gerrijt Roelofs en Jeijchjen Ebbinge tegen Ameltjen Homans, weduwe van de Ette Jan Schuiringe Haenge en zijn zoons Barelt en Roelof Schuiringe.
Tussen Gerrijt Roelofs en zijn eerste echtgenote Grietjen Schuiringe, dochter van wijlen de Ette Jan Schuiringe zou een huwelijkscontract zijn opgemaakt op 7 maart 1677 waarin een morgengave is vastgesteld van 1000 gld., vervolgens volgens contract van 4 januari 1680 aan hem en zijn kind door Barelt en Roelof Schuiringe beloofd te betalen 700 gld.
4. Harmtien Schuiringe, overleden 1734 in Peize, begraven 29-1-1734.
Gehuwd 18-11-1703 in Peize met Jan Baving, overleden 1734 in Peize, begraven in de kerk 27-10-1734, zoon van Luitien Baving en Aaltien Willinge, zie genealogie Baving, eerder getrouwd 1688 in Eelde of Peize (huwelijkscontract Paterswolde) met Grietje Cluiving, overleden 1700 in Peize, begraven 25-7-1700, dochter van Jan Reinders Cluiving en Hillegien Spolts, zie genealogie Lunsche (1).
Bij de begrafenis van Harmtien Schuring wordt 13 gld. 11 st. 5 d. in het bekken gedaan. Ette Lucas Baving betaalt voor het laken van zijn moeder, bedoeld zal zijn stiefmoeder, zie ook het huwelijkscontract van Lucas Baving.
In 1734 geeft Pouwel Pouwels te Onnen voor hem en zijn broer Willem Pouwels de erfenis van 1000 gld. aan van hun moei (tante) Harmtien Schuiringe, getrouwd met de Ette Jan Bavingh (aangifte Collaterale Successie). Voor het binnenlandse (Drentse) deel zijn de aangevers Roelof Luinge, Marregien en Ameltien Schuiringe te Peize voor 2500 gld.
Zoals blijkt uit een rechtszaak voor de Etstoel in 1734 doet Roelof Luinge dit namens zijn kinderen bij Aaltien Peling, waarvan Harmtien oude moei (oud-tante) is, terwijl Harmtien moei is van Ameltien en Marregien Schuring. Aanname dat zij erven omdat zij allen kleinkinderen zijn van Ameltien Homan en Harmtien dus een dochter.
Op 27-10-1734 wordt Jan Bavinge in de kerk begraven (Herv. Kerk Peize inv. 101).
5. Jantien Schuiringe (zie IVb), overleden 1721 in Onnen.
 
IIIb  Bareld Schuiringe Prijs, overleden 1728 in Peize (tussen 1727 en 1733)., zoon van Barteld Schuiringe (zie IIc) en Cornelisje Lunsche.
Gehuwd met Albertien Willems, overleden 1704 in Peize, begraven 13-3-1704.
In 1722 procedeert Roelof Jansen de Vries van Peize tegen Barelt Schuiringe Prijs en Bartelt Schuiringe als erfgenaam van zijn moeder Albertien Willems. De eiser heeft panding gedaan voor 200 gld kapitaal met achterstallige rente. Aanname dat Bartelt Schuiringe (Prijs) de zoon is van Barelt Schuiringe Prijs en Albertien Willems.
Op 13-3-1704 wordt Barelt Schuiringe Albartijn begraven.
Bareld Schuiringe betaalt in 1727 nog rente, terwijl (zijn zoon) Barteld Schuiringe dat vanaf 1733 doet. In 1721 wordt de naam geschreven als Bartelt Schuijringe Prijs, zodat toen mogelijk de zoon heeft betaald.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Barteld Schuiringe Prijs (zie IVc), overleden 1740 in Peize (tussen 1736 en 1742).
 
IIIc  Barelt Schuiringe, geboren 1645 in Groningen, gedoopt 19-6-1645, overleden 1704 in Peize, zoon van Jan Schuiringe (zie IId) en Geertruid Harmens.
Gehuwd (1) 19-5-1666 in Groningen (afkondiging) met Marchien Ebbinge, geboren 1645, dochter van Barelt Ebbinge en Jansje Wichers Schuiringe, zie genealogie Ebbinge.
Huwelijksafkondiging in Groningen: Barelt Schuirinck, waervoor Hindrick Peppinck als neve en Marrigien Ebbinge van Peis, waervoor Barelt Ebbinge als broeder.
In 1687 verzoekt Barelt Schuiringe aan de Etstoel om de mombers over zijn beide dochters bij zijn eerste vrouw Marchien Ebbinge van hun taak te ontheffen en zelf hun administratie te laten doen. De dochters zijn 21 en 20 jaar oud. Na de mombers gehoord te hebben beslist de Etstoel om aan de beide vorige mombers Barelt Ebbinge en Jan Schuiringe toe te voegen Barelt Schuiringe en Frerik Ebbinge.
In 1696 procederen Marchien en Jantje Schuiringe, inmiddels meerderjarig en vertegenwoordigd door hun vader Barelt Schuiringe tegen hun vroegere hoofdmomber Barelt Ebbinge vanwege het beheer over hun goederen waaronder een halve plaats in Roden.
In 1742 wordt weduwe Roelof Schuringe (Jantje Schuiringe) genoemd als eigenares van het huis van Roelof Schuiringe of Haange in 1646, dus van haar schoonvader Jan Schuiringe Haange en van het huis van Barteld Schuiringe en broeder Jan Schuiringe in 1646, dat in 1742 wordt verhuurd.

Gehuwd (2) 1676 in Peize (of eerder) met Abeltjen Ebbinge, dochter van Steven Ebbinge en Lummechjen Wolters, zie genealogie Ebbinge (3).
Omstreeks juli/augustus 1704 worden Bareld Schuiring en de vrouw van Jacob Ebbinge begraven.
Abeltien Ebbinge betaalt in november 1704 voor het laken over het lijk van Barelt Schuiringe.
Ook: Op 13-3-1704 wordt Barelt Schuiringe Albertien begraven. Op 12-1-1705 betaalt Jacob Ebbinge voor het laken over Barelt Schuiringe Albertien. Vermoedelijk betreft het hier de vrouw van Bareld Schuiringe Prijs, zie Schuiringe (3).
Kinderen uit het eerste huwelijk:
1. Marchien Schuiringe (zie IVd), geboren 1667 in Peize, overleden 1704 in Peize, begraven juli/augustus 1704.
2. Jantje Schuiringe (zie IVe), geboren 1668 in Peize, overleden 1754 in Peize, begraven 19-7-1754.
 

Generatie IV

IVa  Roelof Schuiringe, overleden 1710 in Peize, begraven 18-11-1710, zoon van Jan Schuiringe Haange (zie IIIa) en Ameltien Homan.
Gehuwd 22-11-1705 in Peize met Jantje Schuiringe (zie IVe), geboren 1668 in Peize, overleden 1754 in Peize, begraven 19-7-1754, dochter van Barelt Schuiringe (zie IIIc) en Marchien Ebbinge.
Huwelijk: Roelef Schuiringe en Jantien Schuiringe, in het bekken 6 gld. 6 st.
Op 18-11-1710 wordt Roelof Schuiringe begraven, in het bekken 9 gld. 10 st. 5 p. Op 14-1-1711 betaalt Jantien Schuiringe voor het laken over haar man Roelof Schuiringe.
Wed. Roelof Schuiringe wordt in 1742 in Peize vermeld met 4 paarden, waar van 1764-1784 A. Lunsche wordt vermeld, in 1797 Johanna Bolhuis, weduwe en in 1812 Jacob Lunsche. Dit betreft mogelijk de boerderij bij krackiel, waarin Jan Schuiringe Haange in 1691 een boerenbedrijf heeft zonder daarin te wonen.
SP242, Vrijwillige Rechtspraak Vries:
In 1754 in Vries lenen Jantje Schuiring, wed. van Roelof Schuiring en haar kinds kind Johanna Bolhuis, minderjarige dochter van Abel Bolhuis en Ameltien Schuiring te Peize 900 gld. uit. Mr. Roelof Lunsche, Frerik Gelmers en Jan Luinge zijn hoofd- en medemombers (ws. over Johanna Bolhuis).
Op 30-11-1754 betaalt Roelof Lunsche als hoofdmomber over Johanna Bolhuis voor het begraven van Jantijn Schuiringe in de kerk van Peize (inv. 101).
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Ameltien Schuiringe (zie Va), overleden 1753 in Peize, begraven 20-4-1753.
2. Marchien Schuiringe (zie Vb), overleden 1737 in Peize.
 
IVb  Jantien Schuiringe, overleden 1721 in Onnen, dochter van Jan Schuiringe Haange (zie IIIa) en Ameltien Homan.
Gehuwd met Jan Pouwels, zoon van Jan Willems Pouwels en Juttien Abbringe.
De lidmatenlijst van Haren van 1705 vermeldt onder Onnen: Jan Pauls en Jantien, ehelieden. Volgens de inventarislijst opgemaakt in 1742 door zoon Willem Pouwels is Jantien Schuiringe in 1721 overleden.
Jan Bavinge en Jan Pouwels geven in 1713 de erfenis aan van Barelt Schuiringe te Peize.
Op 21-11-1765 worden in Peize de goederen van Bareld Schuiringe door de erfgenamen publiek verkocht, zoals door Jantien Ebbinge, laatst weduwe van Bareld Conraads in lijftucht genoten.
De erfgenamen zijn Albert Cuik van Haren voor hem en zijn zoon, dr. R? Warmolts, Luite Pouwels, Jan Pouwels voor hem en als hoofdmomber over het nagelaten kind van Ameltje Pouwels, F. Hammink, alsmede A. Lunsche, Jan Luinge Azoon, Jan Luinge Rzoon.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Pouwel Pouwels (zie Vc).
2. Willem Pouwels (zie Vd).
 
IVc  Barteld Schuiringe Prijs, overleden 1740 in Peize (tussen 1736 en 1742), zoon van Bareld Schuiringe Prijs (zie IIIb) en Albertien Willems.
Gehuwd met Jeigien Swiers, overleden 1779 in Peize, begraven augustus 1779, dochter van Swier Hindriks, zie genealogie ~Swier Hindriks, hertrouwd 1743 in Peize met Hindrik Roelfs, overleden 1747 in Peize.
Weduwe Bartelt Schuiringe wordt vermeld in het Haardstedenregister van Peize 1742, in 1754 en 1764 weduwe Hinderik Roelfs.
Volgens het Register van Nieuwe Huizen woonde hier in 1646 Oude Wolter Dries en in 1745 (als eigenaar:) Hindrik Roelefs en voorkind.
Drents Archief, 0633 Archief Schuiringe inv. 2. Akte van verkoop door Margyn Schuiringe, weduwe Doe Bavinge, aan Barteld Schuiringe Prijs en zijn vrouw Jeigyn Swiers van een mat hooiland in Kibbeldershorn onder Peize (?), jaarlijks omwandelende met een mat in de Langemade, 1736.
Bareld Schuiringe, soms met de toevoeging Prijs, leent 100 gld. van de armenkas. Vanaf 1733 wordt de rente betaald door Barteld Schuiringe of Schuiringe Prijs. Vanwege de vermelde verschijningsdatum van 11 december kunnen we aannemen dat het om dezelfde lening gaat.. In het betalen van de rente vanaf 1719 is er gemiddeld zo'n 5 jaar achterstand.
In juli 1744 betaalt de vrouw van Hindrik Roelfs 2 jaar achterstallige rente over 100 gld. aan de armenkas van Peize. Ook Floris Staal betaalt in dezelfde periode achterstallige rente namens zijn pupil, vermoedelijk Albertien Schuiringe. In 1744 betalen zij om en om de rente over de jaren 1736 tot 1743.
Op 1-4-1755 verklaart Jeigijn Swiers, weduwe Hindrik Roelfs, voor haar en als boedelhoudster van haar zoons goederen 500 gld. schuldig te zijn aan Floris Staal als hoofdmomber over Albertijn Schuiringe. Het bedrag van 500 gld. is afkomstig van verschillende obligaties, achterstallige huur en nieuw geleend geld.
In 1745 betalen Floris Staal en Jeigien Sweers 4 gld. rente over een kapitaal van 100 gld., geleend van de armenkas.
In augustus 1779 wordt Jeigien Swiers begraven, Bartelt Ebbinge betaalt voor het laken over zijn schoonmoeder Jeigien Swiers.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Albertien Schuiringe, overleden 1803 in Peize, begraven 19-11-1803.
Gehuwd 27-11-1757 in Peize met Bartelt Ebbinge, geboren 1727 in Peize, overleden 1803 in Peize, begraven 19-11-1803, zoon van Jan Ebbinge en Jeigien Luinge, zie genealogie Ebbinge (3).
Huwelijk: Bartelt Ebbinge en Albertijn, in het bekken 6 gld.
In 1799 schenkt Albertien Schuiringe, geassisteerd door Jan Harms en na door haar echtgenoot Barteld Ebbinge te zijn ontslagen van de voogdij (als gehuwde vrouw), hooiland aan Roelof Fridsigers en zijn vrouw uit erkentelijkheid en wegens bijzondere diensten aan haar gedaan. Albertien tekent met een kruis, Jan Harms als Jan Harms Claassens en ook B. Ebbinge tekent.
Op 19-11-1803 worden Bartelt Ebbinge en zijn vrouw Albertien Schuiringe begraven, in het bekken ruim 11 gld. Op 16-3-1805 betaalt Roelf Luinge voor de beide lakens over Bartelt Ebbinge en zijn vrouw.
In 1805 verkopen de erfgenamen van Albertien Schuiringe, weduwe van Bartelt Ebbinge verschillende goederen. Deze erfgenamen zijn Zwier Geerts van Buitenpost en Antien Geerts, weduwe van Andries Abels van Collum. Zij zijn kinderen van Geert Swiers en Eelkjen Jans, in 1741 getrouwd in Augsbuurt. Swier Geerts neemt de naam Kleistra aan.
Uit een proces over de erfenis gevoerd door Swier Koenes te Roden valt af te leiden dat zijn moeder Margien Swiers een zuster was van Jeigien Swiers (DA 0616 Mensinge inv. 139 Stukken betreffende een proces tussen Zwier en Antje Geerts te Kollum en Zwier Koenes te Roden over de verdeling van de boedel van Albertje Schuiring te Peize, datering 1806, 1807).
2. Reinder Schuiringe, overleden 1745 in Peize, begraven 5-2-1745. Op 30-3-1745 betaalt Floris Staal voor het beste laken over Reinder Schuiringe.
Aangifte 30ste penning 1746: de dochter van Bartelt Schuiringe, waar Floris Staal hoofdmomber over is, erft 60 gld. van Reinder Schuiringe.
In 1746 treedt Florris Staal op in een zaak voor de Etstoel als hoofdmomber over Albertien Schuiringe, minderjarige dochter van Bartelt Schuiringe en erfgenaam van wijlen Reinder Schuiringe. Hij moet 55 gld. betalen aan de jood Isaak Jacobs te Groningen wegens geleverde waren.
 
IVd  Marchien Schuiringe, geboren 1667 in Peize, overleden 1704 in Peize, begraven juli/augustus 1704, dochter van Barelt Schuiringe (zie IIIc) en Marchien Ebbinge.
Gehuwd 14-2-1697 in Peize met Jacob Ebbinge, overleden 1712 in Peize, begraven 10-2-1712, zoon van Steven Ebbinge en Lummechjen Wolters, zie genealogie Ebbinge (3).
Jacob Ebbinge is boekhouder van de armenkas in 1704. 16-11-1704: Ontfangen van mij selven 1 gld. vant laken over lick van zijn vrou Marchien Schuiringe.
Aanname dat Jeichien Ebbinge getrouwd met Roelof Lunsche en Marchien Ebbinge getrouwd met Gerrit Buirema kinderen zijn. De zoon en schoonzoon van Jeichien Ebbinge zijn medemombers over de kinderen van Gerrit Buirema en Marchien Ebbinge. Marchien Ebbinge heeft een oudste zoon Jacob. Mogelijk is er nog een zoon Jasper geweest die jong is overleden.
Mogelijk is ook Steven Ebbinge, getrouwd met Grietien Lunsche een zoon.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Steven Ebbinge, overleden 1756 in Peizerhorst, begraven Peize 27-1-1756.
Gehuwd (1) 29-6-1721 in Peize met Hillechien Roelofs.
Gehuwd (2) 16-12-1739 in Peize met Grietien Lunsche, geboren 1694 in Peize, overleden 1768 in Peize, begraven 7-1-1768, dochter van Albert Schuringe Lunsche en Jeichien Ebbinge, zie genealogie Lunsche (2), eerder getrouwd 3-2-1716 in Peize met Jan Reinders Lunsche, overleden 1735 in Peizerhorst (ongeveer 1735), zoon van Reinder Lunsche en Maartien Ottens, zie genealogie Lunsche (1).
Volgens de rechtszaak in 1773 is Grietien Lunsche ten tijde van haar huwelijk met Steven Ebbinge 46 jaar oud. Beiden hebben al een kind uit een eerder huwelijk.
Uit De Familie Lunsche door H. M. Luning, Drents Genealogisch Jaarboek 1995:
"Het tweede huwelijk van Grietien Lunsche met Steven Ebbinge bleek geen gelukkige keuze. Ook met het bezit ging het bergafwaarts. In 1745 verkochten ze twee staak hopland ten zuiden van hun huis en hof en een jaar later het zogenaamde legestuk met de veentjes en in 1748 het hardewaar. In 1741 eisten Cornelis en Harmen Schuringe een bedrag van f.25.- van Steven Ebbinge wegens tien mud hop. Ook in 1745 was er iets dergelijks aan de hand. Nu ging het om f.72.-, welk bedrag de rente was over acht jaar van 200 car.gld. kooppenningen van twee staak hopland. In 1747 deed Grietje Lunsche een beroep op Drost en vierentwintig Etten om voogden over haar boedel aan te stellen. De oorzaak was dat haar man door verkwisting en dwaze koopmanschappen de boedel zodanig verminderde en met schuld bezwaarde, dat er nog nauwelijks iets voor haar over bleef om van te leven. In 1750 is het zover dat Steven Ebbinge zich sinds enige tijd zodanig tegenover haar heeft gedragen, dat ze niet langer met hem in gemeenschap wil leven. Zij eist de scheiding en tevens de verdeling van de goederen die hun nog zijn overgebleven.
Steven Ebbinge werd voorgeworpen zich alleen met zeer nadelige hoppekoopmanschap te hebben bezig gehouden, daarbij grote verteringen gemaakt, gaande de ene herberg uit en de andere in en zodoende voortdurend dronken. Ook had hij anderen op zijn kosten dronken gemaakt en droeg hij niet de minste zorg voor de huishouding. Tot nu toe was er voor een bedrag van f. 2800.- door gegaan. De scheiding werd uitgesproken.
De goederen van Grietje Lunsche werden in 1750 gerechtelijk verkocht om de boedel te zuiveren, zoals werd opgemerkt. Een en ander vond plaats bij openbare uitmijning. Gerrit Buirema en Margijn Ebbinge kochten het huis en de schuur op de Middelhorst te Peize met de onderhorige landerijen."

Op 27-1-1756 wordt Steven Ebbinge begraven, in het bekken 1 gld. 3 st. Op 24-6-1756 betaalt Roelf Luinge voor het laken over Steven Ebbinge. Vermoedelijk doet hij dat namens zijn schoonmoeder Grietien Lunsche.
2. Jeichien Ebbinge, overleden 1782 in Peize, begraven 26-3-1782, zie genealogie Ebbinge (3).
3. Margien Ebbinge, overleden 1773 in Peize, begraven 10-1773, zie genealogie Ebbinge (3).
 
IVe  Jantje Schuiringe, geboren 1668 in Peize, overleden 1754 in Peize, begraven 19-7-1754, dochter van Barelt Schuiringe (zie IIIc) en Marchien Ebbinge.
Gehuwd 22-11-1705 in Peize met Roelof Schuiringe (zie IVa), overleden 1710 in Peize, begraven 18-11-1710, zoon van Jan Schuiringe Haange (zie IIIa) en Ameltien Homan.
Huwelijk: Roelef Schuiringe en Jantien Schuiringe, in het bekken 6 gld. 6 st.
Op 18-11-1710 wordt Roelof Schuiringe begraven, in het bekken 9 gld. 10 st. 5 p. Op 14-1-1711 betaalt Jantien Schuiringe voor het laken over haar man Roelof Schuiringe.
Wed. Roelof Schuiringe wordt in 1742 in Peize vermeld met 4 paarden, waar van 1764-1784 A. Lunsche wordt vermeld, in 1797 Johanna Bolhuis, weduwe en in 1812 Jacob Lunsche. Dit betreft mogelijk de boerderij bij krackiel, waarin Jan Schuiringe Haange in 1691 een boerenbedrijf heeft zonder daarin te wonen.
SP242, Vrijwillige Rechtspraak Vries:
In 1754 in Vries lenen Jantje Schuiring, wed. van Roelof Schuiring en haar kinds kind Johanna Bolhuis, minderjarige dochter van Abel Bolhuis en Ameltien Schuiring te Peize 900 gld. uit. Mr. Roelof Lunsche, Frerik Gelmers en Jan Luinge zijn hoofd- en medemombers (ws. over Johanna Bolhuis).
Op 30-11-1754 betaalt Roelof Lunsche als hoofdmomber over Johanna Bolhuis voor het begraven van Jantijn Schuiringe in de kerk van Peize (inv. 101).
Kinderen uit dit huwelijk: zie bij Roelof Schuiringe (zie IVa).
 

Generatie V

Va  Ameltien Schuiringe, overleden 1753 in Peize, begraven 20-4-1753, dochter van Roelof Schuiringe (zie IVa) en Jantje Schuiringe (zie IVe).
Gehuwd 18-2-1738 in Peize met Abel Bolhuis, geboren 1706 in Haren, gedoopt 17-3-1706 (tweeling), overleden 1742 in Peize, zoon van Jacob Popkes Bolhuis en Aaltien Abbring.
Op 25-10-1737 betaalt Ameltien Schuiring voor het laken over de vrouw van Luitien Bolhuis, Hervormde Gemeente Peize inv. 59. Deze was 9-10-1735 in Peize getrouwd met Marchien Schuiring. Zij wordt in de kerk van Peize begraven.
Op 27-2-1742 wordt betaald voor de bijzetting van Abel Bolhuis in de kerk van Peize en in 1753 voor de weduwe van Abel Bolhuis (Hervormde Gemeente Peize inv. 101).
Op 20-4-1753 wordt Ameltijn Schuiringe begraven, in het bekken 14 gld. 7 st.
Op 20-5-1753 betaalt Roelof Lunsche voor het beste laken over Ameltijn Bolhuis.
In 1755 treden voor de Etstoel op Roelof Lunsche, hoofdmomber en de Gesworen Bolhuis, Fredrik Gelmers en Jan Luinge de oudere te Peize als medemombers over Johanna Bolhuis, minderjarige dochter van wijlen Abel Bolhuis en Ameltje Schuiringe te Peize overleden. Zij verzoeken enige eikenbomen in het zogenaamde Kortland en Lookveen, waarin de pupil een kwart aandeel bezit te mogen verkopen.
Jan Luinge de oudere is waarschijnlijk Jan Allerts Luinge, getrouwd met Geesien Luinge met een broer Jan Luinge. Hun moeder Aaltien Peling heeft als grootmoeder Ameltien Homan, die ook de grootmoeder is van Ameltien Schuiringe.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Johanna Bolhuis (zie VIa), geboren 7-5-1741 in Peize, overleden 1798 in Peize, begraven 5-12-1798.
 
Vb  Marchien Schuiringe, overleden 1737 in Peize, dochter van Roelof Schuiringe (zie IVa) en Jantje Schuiringe (zie IVe).
Gehuwd 9-10-1735 in Peize met Luitien Bolhuis, geboren 1710 in Haren, gedoopt 6-8-1710, overleden in Essen, Haren, zoon van Jacob Popkes Bolhuis en Aaltien Abbring, hertrouwd 12-4-1739 in Haren met Marchien Cornelis Buirma, geboren 1717 in Groningen, gedoopt 18-8-1717, overleden in Essen, Haren, dochter van Cornelis Clasen Buirma en Ida Ebes.
Op 25-10-1737 betaalt Ameltien Schuiring voor het laken over de vrouw van Luitien Bolhuis, Hervormde Gemeente Peize inv. 59. Deze was 9-10-1735 in Peize getrouwd met Marchien Schuiring. Zij wordt in de kerk van Peize begraven. In december 1737 wordt Luichjen Bolhuijs van Peijse weer als lidmaat aangenomen in Haren.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Roelof Bolhuis, overleden 1738. In 1738 geeft Ameltien Schuiringe de erfenis aan van haar neef Roelof Bolhuis, begroot op 1500 gld.
 
Vc  Pouwel Pouwels, zoon van Jan Pouwels en Jantien Schuiringe (zie IVb).
Gehuwd 15-11-1711 in Haren met Hindrikje Abbring, geboren 1676 in Glimmen, gedoopt Noordlaren 31-12-1676, dochter van Peter Abbringe en Abeltien Heminge.
Huwelijk: Pauwel Pauwels en Hindrikjen Abbering van Onnen.
Onnen, 4-4-1712: Akte van huwelijkse voorwaarden bij stoklegging tussen Pauwel Pauwels, zoon van Jan Pauwels en Jantien Schuiringh, enerzijds, en Hindrickje Abbringh, anderzijds (Groninger Archieven, toegang 565, inv. 28).
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Abeltje Pouwels, geboren 1713 in Haren, gedoopt 23-4-1713.
2. Jan Pouwels, geboren 1715 in Haren, gedoopt 24-3-1715.
 
Vd  Willem Pouwels, zoon van Jan Pouwels en Jantien Schuiringe (zie IVb).
Gehuwd met Jantien Abbring, overleden 1706 in Onnen.
Ledematenlijst Haren 1704 onder Onnen: Willem Pauls en Jantien Abberinge, ehel. met achter de naam van Jantien bijgeschreven: verstorf febr. 1706.
Gerecht van Selwerd: Op 6-6-1742 maakt Willem Pauwels de inventaris op van alle goederen die hij na de dood van zijn moeder Jantjen Schuiringe heeft gerfd, die haar mans goederen tot haar dood mede heeft gebruikt en de profijten op mei 1721. Daaronder valt het westerhuis en hof met de grote meulenkamp met het westerveld samen 10 mudde groot en vervolgens verschillende landerijen met namen vermeld (16 posten), vervolgens hooiland (10 posten), een aandeel in 4 mudde bouwland in Noordlaren dat enkele jaren terug is verkocht, een klein aandeel in drie plaatsen te Norg, Westervelde en Zuidvelde en nog eenig waardeel te Onnen. Daarna vermeldt hij nog landerijen te Haren die hij via zijn vrouw zaliger in 1721 heeft gekregen.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Johanna Pouwels.
Gehuwd 15-5-1721 in Noordlaren met Jannes Hoenderken, geboren 1701 in Noordlaren, gedoopt 20-2-1701, overleden 21-2-1763 in Noordlaren, zoon van Albert Hoenderken en Arentien Hoiting, hertrouwd 20-4-1740 in Noordlaren met Henderika Buiting, geboren 1712 in De Veenhof, Gieten, dochter van Otto Buiting en Frederika Alinge Meijering.
Huwelijk: Johannes Hoendriken van Noortlaren en Johanna Pauwels van Onnen.
2. Aaltien Pouwels, geboren 1706 in Onnen, gedoopt Haren 7-2-1706.
 

Generatie VI

VIa  Johanna Bolhuis, geboren 7-5-1741 in Peize, overleden 1798 in Peize, begraven 5-12-1798, dochter van Abel Bolhuis en Ameltien Schuiringe (zie Va).
Gehuwd 13-5-1759 in Peize met Albert Schuring Lunsche, geboren 1739, overleden 8-9-1794 in Peize, begraven 9-9-1794, zoon van Roelof Lunsche en Jeichien Ebbinge, zie genealogie Lunsche (2).
Huwelijk: Albert Schuiring Lunsche en Hanna Bolhuis, in het bekken 2 oude ducaten (waarde 10 gld. 10 st.).
In 1797 in Peize Johanna Bolhuis boerin, 57 jaar, weduwe met Roelof Lunsche, 37 jaar, Jacob Lunsche 25 en Albert Lunsche 23 jaar, allen ongehuwd.
Op 5-5-1788 betaalt Albert Lunsche voor het laken over zijn zoon Aldert Lunsche en op dezelfde dag voor het laken over zijn zoon Abbel (Abel) Lunsche.
De genealogie Lunsche vermeldt deze kinderen als Abel Lunsche, geboren 3-4-1767, overleden 6-5-1788 en Aldert Lunsche, geboren 27-7-1769 en overleden 17-3-1788. Een bron voor deze en andere data van dit gezin is niet gegeven, een aantal data zijn mogelijk ontleend aan oude familiegegevens uit particuliere bron.
Op 9-9-1794 wordt A. Lunsche begraven, in het bekken ruim 23 gld. Zijn weduwe betaalt voor het laken.
Op 5-12-1798 wordt de weduwe van A. Luinsche begraven, in het bekken ruim 38 gld. Roelof Luinsche betaalt voor het laken over zijn moeder.
Kinderen uit dit huwelijk:
1. Ameltien Lunsche, geboren 10-2-1760 in Peize, overleden 8-2-1841 in Peize, zie genealogie Lunsche (2).
2. Roelof Lunsche, geboren 9-6-1762 in Peize, overleden 12-12-1833 in Peize, zie genealogie Lunsche (2).
3. Jantien Lunsche, geboren 23-5-1764 in Peize, overleden 16-4-1829 in Haren, zie genealogie Lunsche (2).
4. Abel Lunsche, geboren 3-4-1767 in Peize, overleden 1788 in Peize, begraven 6-5-1788. Op 6-5-1788 wordt Abel Lunsche begraven, in het bekken ruim 18 gld.
5. Aldert Lunsche, geboren 27-7-1769 in Peize, overleden 1788 in Peize, begraven 17-3-1788. Op 17-3-1788 wordt Aldert Lunsche begraven, in het bekken ruim 18 gld.
6. Jeichien Lunsche, geboren 1771 in Peize, gedoopt 15-12-1771, overleden 1787 in Peize, begraven 19-10-1787. Op 19-10-1787 wordt de dochter van Albert Lunsche begraven, in het bekken het hoge bedrag van ruim 15 gld. Aanname dat het Jeichien betreft.
7. Jacob Lunsche, geboren 4-5-1773 in Peize, gedoopt 9-5-1773, overleden 2-4-1849 in Peize, zie genealogie Lunsche (2).
8. Albert Lunsche, geboren 1775 in Peize, gedoopt 25-6-1775, overleden 6-11-1848 in Peize, zie genealogie Lunsche (2).
 

Index
Genealogie Schuiringe (2)